Hoe bezorg je 55.000 mensen in een kwartier hun bier?

Hoe bezorg je 55.000 mensen in een kwartier hun bier? Na twee jaar zijn de Johan Cruijff ArenA en bierbrouwer Heineken uit die puzzel. Gewoon heel veel bier koud zetten.

Twee jaar geleden veroverde Heineken de ArenA op Grolsch, dat de twintig jaren ervoor voetbalfan en concertbezoeker van bier voorzag. “Ze hadden simpelweg het beste aanbod,” zegt Josine Rienks van de Johan Cruijff ArenA. “Heineken beloofde niet alleen de hele installatie aan te pakken, nieuwe bars te plaatsen en de uitstraling van de horeca aan te pakken, maar wilde ook samen met ons evenementen organiseren. We hadden ook Grolsch en AB Inbev (Jupiler, Bud) gevraagd mee te bieden, maar die konden zulke toezeggingen niet doen.”

Voor Heineken is de ArenA de ‘kroonkurk’ op zijn horeca-activiteiten. Het kostte wel heel wat hoofdbrekens. De afgelopen twee jaar, tijdens fikse verbouwingen die toch al stonden gepland met het oog op het EK 2020, zijn de bierinstallatie en een groot deel van de bars en restaurants onderhanden genomen.

Alcolholvrij gaat hard

Die installatie was in 2006 nauwelijks nog in staat de bijna 55.000 bezoekers op tijd van drankjes te voorzien. “We hebben aan de oostzijde een heel nieuwe installatie neergezet,” zegt Rienks, “en aan de westzijde zijn biertanks bijgeplaatst. De ene kant van het stadion drinkt nu eenmaal meer bier dan de andere, bij het familievak zal het wat minder zijn dan bij de sfeervakken op de eerste en tweede ring zuid.”

Er gaat nu 56.000 liter kelderbier in tanks die op zeven punten op het hoogste parkeerdek staan en elk 2000 tot 5000 liter bier bevatten. Via dikke buizen wordt het bier door het stadion naar de tappunten gepompt. “Over maximaal 50 meter,” zegt Willemijn Pel van Heineken, “anders gaat het ten koste van de kwaliteit. De techniek moet goed zijn, niemand wil een lauw biertje.” Daarnaast zorgt Heineken ook voor de bierfusten voor verschillende soorten tapinstallaties. “Maar veel bier gaat ook nog gewoon uit fles en blik.”

De komst van Heineken viel samen met rigoureuze verbouwingen in het stadion. De ArenA telt nu 53 bars, 15 zalen en restaurants en 77 skyboxen, waar Heineken uit in totaal 180 biertaps vloeit. Het gaat daarbij niet alleen om pils. “Heineken 0.0 loopt nu heel hard,” zegt Pel, “dat hebben we nu ook op tap, helemaal gescheiden van alcoholhoudend bier.” Frisdrank is in de Arena voorbehouden aan stadionfounder Coca-Cola.

Bij evenementen gaan de secundaire taps op speciaalbier. “Bij Metallica tapten we ook Lagunitas craftbier, bij ADE Desperados, bij de Toppers en het concert van Pink Wieckse Rosé, allemaal passend bij het thema. Maar bij voetbal houden we het assortiment aan de bars beperkt. Als je in een kwartiertje rust in één klap al die mensen wilt bedienen, moet je het assortiment beperken. Anders werkt dat alleen maar vertragend.”

Van de drie uur die het stadion open is rond voetbalwedstrijden, wordt de installatie nog geen half uur intensief gebruikt. “Tien minuten voor de wedstrijd wordt het pas druk,” zegt Rienks. “Staat Ajax in de rust voor, dan is het aanpoten, maar als ze 1-0 achter staan, blijven mensen langer op de tribune en drinken ze minder. En bij Champions Leaguewedstrijden of de Klassieker heb ik zo veel zenuwachtige mannen in het stadion, dan is het permanent spitsuur. Dat is bij Ajax-PEC heel anders.”

De derde helft

De nieuwe bars, met in totaal 350 kassa’s, zijn helemaal ingericht op snelheid. De bierkiosken zijn grotendeels vervangen door lange bars. Ze zijn dubbel uitgevoerd; aan het eerste barblad neemt het personeel de bestelling aan en rekent af, op de tweede rij wordt getapt. “Zo kunnen we bestellingen veel sneller serveren en hoeven we geen bier klaar te zetten.”

Met de verbouwingen willen Arena en Heineken bezoekers ook langer in het stadion houden. “Voorheen zakte het na de wedstrijd meteen in. We hopen nu met deze verbouwing dat mensen langer blijven voor de derde helft.”

En er wordt geëxperimenteerd met catering op de tribune, waarbij fans bier kunnen bestellen per app. “Maar dat zal niet op alle plekken werken.”


Tekst: Parool