Column Auke Kok 'Jopie moest de bal wat vaker afgeven'

Stel nu eens dat hij twee jaar geleden niet was overleden. Sterker nog, dat hij jong was, zeventien jaar pas en op het punt stond te debuteren. Al jaren zou het rond hebben gezoemd op De Toekomst, we hebben een supertalent in huis. Koesteren die jongen. Jopie, zoals de jeugd achter de boarding van het hoofdveld hem zou hebben genoemd, zou volgens sommigen wel erg mager zijn. Te mager misschien wel. Zijn moeder keek verontrust toe als haar zoon Johan weer eens over verdedigersbenen heen sprong. Als dat maar goed ging.

‘Maak je geen zorgen, Nel,’ stelden de jeugdtrainers haar gerust. ‘Die jongen weet wat hij doet.’ Bovendien gaven de trainers hem tussen de middag extra te eten. Kon ie steviger worden. Dat pingelen van hem baarde de trainers meer zorgen dan zijn smalle lijf. Jopie moest de bal gewoon vaker afgeven. En hij zou beter zijn best moeten doen bij de huiswerkbegeleiding.

Vaak ontbrak ie. Stond hij weer bij de training van de senioren te kijken: ballen terugschieten die in de struiken waren beland. Hele dagen zat hij op De Toekomst. Daardoor kenden alle selectiespelers Jopie, het scharminkel dat niet wilde leren, zelden in de gymzaal te vinden was, maar geweldig kon dribbelen. En babbels had voor tien. Tijdens wedstrijden met Onder 19 en Jong Ajax praatte Jopie bijna evenveel als dat hij doelpunten maakte. Het eerste elftal kende blessures, dus ja, dat onrustige lachebekkie, dat lefgozertje uit Betondorp moest nu echt zijn debuut maar eens maken. Jopie was toe aan de Johan Cruijff ArenA.


Over de auteur

Auke Kok
Schrijver & Columnist

Auke Kok schreef onder meer het boek Tussen godenzonen (Uitgeverij Thomas Rap), nadat hij in het seizoen 2012-2013 intensief met het Ajax-elftal was opgetrokken. Eerder verscheen 1974. Wij waren de besten, de voetbalklassieker waarvoor hij de eerste Nico Scheepmaker Beker kreeg.